Ik identificeer mij met de leerling
In deze fase leef ik mij te weinig in in mijn rol als leerkracht. Ik beoordeel de leerlingen te laks en houd te weinig rekening met het schoolreglement. Ik lijk op een leerling tussen mijn leerlingen.
!> Belangrijk is dat ik niet te lang in deze fase blijf hangen, de leerlingen merken dit snel en maken hier gebruik van. Het klasmanagement verloopt in deze fase zeer moeizaam.
Ben ik wel geschikt voor dit beroep?
Mijn idealistische opvattingen met betrekking tot leerlingen en lesgeven worden vervangen door de zorg om te overleven als leerkracht. Deze fase zit vol zelfbekommernissen: "Hoe kom ik over?", "Doe ik het wel goed?"...
!> Naar de toekomst toe vormt deze fase mij als leerkracht. Ik mag niet te veel aandacht schenken aan alle zelfbekommernissen, maar het is zeker niet slecht om mijzelf in vraag te stellen.
Ademruimte
Ik krijg ademruimte om mij te bekommeren over mijn uit te voeren taak. Ik denk dat ik de vakinhoud voldoende beheers, maar merk dat ik de inhoud niet altijd goed kan overbrengen. Ik mis sprekende voorbeelden, kan geen gepaste antwoorden geven op vragen van leerlingen...
!> Belangrijk is om, ook al is de hoofdbekommernis op dit moment de eigen lesopdracht, de lesinhoud op de juiste manier over te brengen. Dit kan ik doen door extra informatie op te zoeken of door de leerlingen zelf het antwoord op hun vraag op te laten zoeken en het mij bij te brengen.
Leerbehoefte van de leerlingen
In deze fase verschuift de aandacht voor mijn eigen gedrag naar de zorg voor de leerlingen en hun leerbehoefte. Ik stel mijzelf de vraag wat het effect is van mijn onderwijsgedrag op de leerlingen. De impactbekommernissen primeren, welke impact, invloed of effect heb ik op de leerlingen, hoe is mijn interactie met de leerlingen.
!> Belangrijk om in deze fase vooruit te gaan is door te beginnen differentiëren. Daar is nu zeker ruimte voor!