Oorzaak 1: Context
De context waarin ik les geef, kan ervoor zorgen dat er zich meer of minder ordeverstoringen voordoen.
Bijvoorbeeld: les op het laatste lesuur de vrijdagnamiddag, les vlak voor de middagpauze en het zijn frietjes...
Maar ook: les in een te klein/te groot klaslokaal, niet de juiste media hebben om je les te kunnen geven...
!> Belangrijk is dat ik hier rekening mee te houd, maar er niet te veel aandacht aan te geef!
Oorzaak 2: De leerlingen of de klasgroep
De leerlingen waarmee ik te maken krijg, zullen niet altijd even gemakkelijk meewerken. Er zijn leerlingen die schoolmoe zijn, leerlingen met leerstoornissen, leerlingen met problemen thuis...
Daarnaast zetten leerlingen zich door hun puberteit misschien af tegen mijn gezag als leerkracht.
!> Belangrijk is dat ik van 'goed gedrag', gewoontegedrag maak.
Dit kan door:
!> Wanneer mijn leerlingen zien dat ik met hun feedback aan de slag ga, vermindert dit de kans op ordeverstoringen in mijn les.
Oorzaak 3: Leerkracht
Als leerkracht heb probeer ik les te geven vanuit mijn eigen visie en heb ik mijn eigen manier om met de leerlingen om te gaan. Persoonlijkheid en ervaring spelen hierin een grote rol. Onzekerheid kan tot wanorde leiden en kan voor fouten zorgen.
!> Het is belangrijk dat ik als leerkracht aandacht heb voor de lesinhoud en de manier waarop ik deze overbreng.
!> Het is ook belangrijk dat ik voor een goede relatie zorg met de klas, waardoor ik voor betere leerprestaties kan zorgen bij de leerlingen.
Oorzaak 4: Schoolcontext
De school waarin ik lesgeef, kan ook helpen om goed gedrag van leerlingen te bevorderen. Een goede directie steunt, maakt afspraken en staat achter beslissingen van leerkrachten. Dit zorgt ervoor dat de leerkracht zelfzekerder in de klas staat.
!> Het is belangrijk dat de directie niet alleen aanstuurt, maar ook dat ze luistert naar wat er speelt binnen de organisatie.
Dit kan door:
Bron: Klasse
Bron: Indeed
- Opmerkzaamheid:
- Bewust zijn van alles wat zich in de klas afspeelt;
- Klas continu in het oog houden;
- Alertheid zichtbaar maken.
- Simultaan gedrag:
- Verschillende zaken tegelijk kunnen uitvoeren (vb: uitleg doen terwijl je videofragment klaarzet);
- Continuïteit bewaren:
- Vlotte overgang voorzien binnen één les en tussen verschillende lessen;
- Gedachtegang, redenering of activiteit afwerken voor de overschakeling naar een nieuw lesgedeelte;
- Tempo bewaken (niet te snel, niet te traag) & niet laten afleiden.
- Uitdaging & afwisseling:
- Zorgen voor afwisseling tussen verschillende werkvormen;
- Juiste niveau van oefeningen geven;
- Verantwoordelijkheid delegeren:
- Aandacht van de klas houden door de leerlingen geboeid te houden (afwisseling, aanschouwelijkheid, verantwoordelijkheid...);
- Leerling laten weten dat actieve inzet op elk moment gevraagd kan worden;
- Betrokkenheid creëren door leerlingen te laten reageren op antwoord van andere leerlingen.