1. Heb respect voor elkaar, het materiaal en de natuur.
2. Schenk aandacht aan elkaar en luister naar elkaar.
3. Boos zijn mag, zolang het respect blijft.
4. Uit je waardering naar elkaar.
5. Behoud de rust in het klaslokaal.
6. Blijf ten alle tijde beleefd.
7. Wees eerlijk voor elkaar.
8. Durf te relativeren, de wereld vergaat nog lang niet.
9. Geef het beste van jezelf.
10. Sluit niemand uit.
- Opstellen:
-
Zorg voor een eerlijke en open sfeer, waarbij zowel de leerkracht en de leerling behoeften en grenzen kunnen aangeven.
-
De leerkracht is eindverantwoordelijke, maar de leerlingen moeten inspraak krijgen;
-
Zorg voor een positieve insteek.
- Aanpassen:
-
Durf de regels strenger of soepeler te maken indien nodig.
-
Geef aan dat afspraken kunnen veranderen, naar gelang het gedrag van de leerlingen;
-
Communiceer de aanpassing en redenering duidelijk naar de leerlingen toe.